Net als duizenden vrijwilligers is ook mijn lieve vriendin collectant. In haar razend drukke leven doneert ze niet alleen haar geld, maar maakt ze ook haar avonden vrij, in de hoop dat tijd van haar zal leiden tot meer tijd voor mij – en al die anderen waarvan ze de namen, de gezichten en de verhalen niet kent.

Dat wordt haar niet door iedereen afgenomen in dank. ‘Wat kom je ontzettend ongelegen,’ kreeg ze vorig jaar nog toegesnauwd. ‘Ik leg net de kinderen in bed.’ Alsof haar eigen kroost zichzelf had ingestopt zodat zij in de familiespits op pad kon gaan. ‘En trouwens, je hoeft het verderop niet te proberen, want dat geldt voor de hele straat.’

Nu zocht ze haar heil in een andere wijk. Toevallig stond ze bij een van de huizen tegelijk met een vreemde man op de stoep. Zij om een bijdrage te vragen voor Alzheimer Nederland, hij om een bos bloemen te bezorgen dat hij eerder voor zijn buren aangenomen had. Ditmaal waren de reacties positief.

Ze leek meer geld op te halen in minder dagen. Bijna iedereen vertelde haar wel iemand te verliezen, een opa die verstild was in zijn hoofd, een moeder die door het heden glipte, een geliefde die net overleden was. Ze hoefde niet meer uit te leggen waarom ze kwam. Bijna iedereen gaf en bijna iedereen gaf gul.

Drie deuren verder deed tot haar verrassing de man van de bloemen open. Lachend keek ze hem aan. ‘U weet natuurlijk al waarvoor ik hier ben!’ Ze hield de bus omhoog. ’Ja,’ zei hij. ‘Ik heb alzheimer.’ Hij had het twee keer moeten zeggen. ‘Ik heb alzheimer.’ De woorden ontbraken haar. ‘Wat vreselijk,’ bracht ze tenslotte uit.

Toch trok hij zijn portemonnee en plukte er een briefje uit. Ze aarzelde. Moest ze er iets van zeggen? ‘Meneer,’ sprak ze uit, ‘dat is het bonnetje van de slager!’ ‘Ach,’ zei hij, ‘dat is ook zo. Gebeurt me elke keer.’ Een tweede poging leverde een briefje van vijf euro op. Ze bedankte hem op haar allerhartelijkst en wenste hem veel sterkte toe.

‘Ik was gewoon overdonderd,’ vertelde ze me later aan de telefoon. ‘Ik wist wel dat het kon gebeuren, het was de reden dat ik daar stond, en toch: ik was was er niet op voorbereid.’ Ze nam het zichzelf kwalijk. Was ze er wel goed mee omgegaan? Van alle reacties die ze had gekregen, bleef deze haar het meeste bij.

Ik kan niet spreken namens deze man, noch namens al die anderen, maar laat me dit zeggen namens mezelf, aan mijn lieve vriendin en al die duizenden vrijwilligers. Dankjewel. Het betekent meer voor me dan ik ooit in een column uit kan drukken. Tijd is het meest kostbare dat we te delen hebben. Zolang we er samen in durven te geloven is er hoop.

***

Heeft u de collectant gemist? Doneren kan nog steeds online!

Op 13 december verschijnt de nieuwe editie van Zin, met mijn artikel ‘Stoomcursus zingen in zes stappen’.

‘Ik kán het niet. Ik dúrf het niet. Voor zingen hebben veel mensen vrees. Zonde, vindt zangcoach Babette Labeij (1973), want iedereen kan zingen. Het begint met een droom, de rest is vooral durven en doen. In 6 stappen zingt ook u uit volle borst.’

Benieuwd? Koop Zin in de winkel of lees mijn verhaal online!

 

 

 

 

.

Op de internationale conferentie voor onderzoek naar dementie in Chicago hield ik een zeldzaam openhartig betoog, waar ik een staande ovatie voor kreeg…