Dit is een bijzonder boekje. Ooit deelde een lieve vriendin het met mij. Geen ander schrijven heb ik sindsdien zoveel gedeeld met dierbare mensen om me heen als Mister God, This is Anna van Fynn.
Mijn exemplaar is tweedehands, beduimeld en verkleurd. De gele rug is wit verbleekt, de blanke pagina’s zijn tot de band gebronsd en zelfs het plakband om de hoekjes krult los. Het getuigt van lezen, herlezen, uitlenen en dan zelf toch nog eens open slaan. In alles straalt de vervallen staat uit: dit is de moeite waard.
Terwijl ik niet gauw gecharmeerd ben van boeken over kinderen. Maar deze 190 pagina’s dunne pocket vertelt letterlijk een ander verhaal. Over de vierjarige Anna, een ontwapenend en levenslustig meisje en de negentienjarige Fynn, een potige, gedesillusioneerde jongeman die haar ’s nachts in een Londense haven vindt. Ze is weggelopen, maar weigert te zeggen van waar. Fynn neemt haar mee naar huis en zo begint een onvergetelijk verslag van een ongewone vriendschap.
Samen verkennen ze de wereld in verwondering, Anna filosoferend over het waarom van alles, Fynn worstelend met haar onalledaagse maar daarom niet minder elegante logica. Ondanks, of juist dankzij haar leeftijd, bezit ze een schat aan wijsheid over het leven en de liefde, over wiskunde en wetenschap en bovenal haar persoonlijke vriend Meneer God.
‘If you asked her a question you would always get an answer – in due course. On some occasions the answer would be delayed for weeks or months; but eventually, in her own good time, the answer would come: direct, simple and much to the point.’
Tot Anna overlijdt – en Fynn haar verhaal vertelt. In hoeverre het autobiografisch of fictief is, blijft onduidelijk en misschien maakt het niet uit. Voor mij voelt het als waar en waardevol. Haar onbevangen blik op het universum raakt en verandert Fynn, zoals die mij heeft geraakt en veranderd.
‘There was no overnight miracle, no sudden flash of revelation. It crept up on me unannounced, and I’m still trying to work on it. Like a child learning a new world, I found myself struggling with “I want to be me”, “I do want, I really do want to be ME.” It wasn’t so difficult to open the doors these days. I now knew where I was.’
Nadat het in 1974 onder pseudonym werd gepubliceerd bleef vijfendertig jaar lang een mysterie wie de auteur was achter het pseudonym Fynn. Tegen de tijd dat Sydney Hopkins boven kwam drijven als schrijver, bleek de man helaas al jaren overleden te zijn.
Maar zijn boekje blijft. Ik blader het nog eens door, vouw het voorzichtig dik en strijk het plakband weer glad. Dit blijft me ontroeren, vanaf de allereerste woorden tot de allerlaatste tekening. En bij deze deel ik het met jou.

Deze recensie schreef ik voor YouBeDo, de online boekenwinkel waar je met elke aankoop bijdraagt aan je goede doel.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *